DAG 36 WACHTEND OP MIJN MEESTER Zesendertigste late middag. De tweede dag van het nieuwe jaar brengt de station in reflectieve rust, forenzen delen hatsumode verhalen en verse fortuinen, de lucht licht met post-vakantie vernieuwing, mijn horloge een constante kompas in de draaiende getijden. De trein glijdt binnen, met echo's van tempelgebeden. De deuren openen. Ik houd mijn blik gericht op de opkomende figuren, de daruma-pop van het stel kijkt terug met één oog geschilderd voor vastberadenheid, geen bekende stap, maar de jonge belofte van het jaar fluistert volharding. Een krantenreporter arriveert vandaag, notitieboekje klaar, gefascineerd door de groeiende legende. Hij interviewt voorbijgangers over "Tokyo's trouwe hart." en laat een krantenknipsel van mijn verhaal en een warme onigiri, rijstbal gevuld met umeboshi voor blijvende kracht, achter. Zesendertig dagen. Terwijl het jaar zijn ritme vindt, versterken verhalen in druk de wacht, trekken meer ogen naar de onbreekbare band. Hachiko staat stevig. Kop sterk.