"En op dat moment deed Sherman de vreselijke ontdekking die mannen vroeg of laat over hun vaders doen. Voor het eerst realiseerde hij zich dat de man voor hem niet een verouderende vader was, maar een jongen, een jongen die veel op hem leek, een jongen die opgroeide en zelf een kind had en, zo goed als hij kon, uit plichtsbesef en misschien liefde, een rol aannam die 'Vader zijn' heette, zodat zijn kind iets mythologisch en oneindig belangrijks zou hebben: een Beschermer, die de chaos en catastrofale mogelijkheden van het leven in toom zou houden. En nu was die jongen, die goede acteur, oud en kwetsbaar en moe geworden, moeier dan ooit bij de gedachte om de harnas van de Beschermer weer op zijn schouder te hijsen, nu, zo ver in de tijd." --De Brandstapel van de Vaniteiten, Tom Wolfe