In mijn tijd moest je wachten tot de volgende dag, of zelfs de volgende week, om een nieuwe aflevering te kijken. Geen terugspoelen, geen binge-watching, geen algoritme dat alles op een presenteerblaadje serveert. Netflix bestond niet. YouTube ook niet. Er was wachten. En wachten maakte deel uit van de ervaring. Het leerde je een kwaliteit die vandaag de dag bijna als een tekortkoming lijkt: geduld. Wachten zonder alles meteen te hebben. Het doorstaan van de leegte tussen afleveringen. Genieten van het proces, niet alleen van het resultaat. Vandaag de dag is alles onmiddellijk. Wil je iets? Klik. Wil je vermaak? Scroll. Wil je dopamine? Vernieuw. En dat verandert de hersenen. Het verandert de manier waarop we op dingen reageren. Het verandert de manier waarop we tijd ervaren. Het verschil is niet technologisch. Het is mentaal. Degenen die zijn opgegroeid in de jaren '90/'00 hebben het idee geïnternaliseerd dat dingen komen als je wacht. Dat niet alles onmiddellijk is. Dat tijd deel uitmaakt van het spel. Degenen die vandaag de dag geboren worden in een 'on demand' wereld lopen het risico wachten als een probleem te ervaren, niet als een natuurlijke fase. En hier komt de mantra om de hoek kijken. De een leeft met een 'nu of nooit' mentaliteit. De ander leeft met een 'het komt wanneer de tijd rijp is' mentaliteit. Het lijkt een klein ding, maar het maakt een enorm verschil. In het leven. Op het werk. In investeringen. In relaties. Want uiteindelijk is het niet degene met de meeste tools die wint. Het is degene die weet hoe hij lang genoeg stil kan blijven wanneer dat nodig is.