Vandaag zou een familiedag bij mijn vader thuis moeten zijn. In plaats daarvan ben ik weer in het ziekenhuis bij hem. Terug naar de fluorescentielampen en stille gangen. Het lijkt erop dat er weer een opname aankomt. Ik zal hier zijn, naast hem zitten. De man die me door elke storm heeft gedragen, zal nooit alleen een storm onder ogen zien zolang ik nog adem heb.