De meest tragische eigenschap van de jeugd is dat de jongeren het gevoel hebben dat ze voor altijd jong zullen zijn, niet beseffend dat deze vluchtige jeugd en al zijn gratie en elan een schat aan onschatbare rijkdom vormt. Jong zijn, sterk, goed uitziend, scherpzinnig, behendig en vlot, met je ouders nog in leven en al je vrienden en al je dromen, ook nog levend. Dit was een gouden tijdperk waar we blind voor waren en dat we verkwistten met de meest casual ondankbaarheid.