Niet lang na de Tweede Wereldoorlog ontbond het Westen zijn rijken en koloniën en begon het enorme bedragen aan belastinggeld naar deze voormalige gebieden te sturen (ondanks dat ze deze al veel rijker en succesvoller hadden gemaakt). Het Westen opende zijn grenzen, een soort omgekeerde kolonisatie, waarbij het welzijn bood en zo ook remittances, terwijl het deze nieuwkomers en hun families niet alleen het volledige stemrecht, maar ook een voorkeursbehandeling op juridisch en financieel gebied ten opzichte van de inheemse bevolking bood. Het neoliberale experiment is in wezen een lange zelfbestraffing geweest van de plaatsen en volkeren die de moderne wereld hebben opgebouwd.