De kloof tussen arme en rijke provincies, is echt geen kwestie van cultuur of onderwijs. Waarom kunnen de gewone mensen die uit het verplicht onderwijs komen in Jiangsu, Zhejiang, Shanghai en Guangdong, andere plaatsen ver achterlaten? Afgezien van beleid, zijn er maar twee scherpe verschillen. Ten eerste, hoe je "geluk" begrijpt. In rijke provincies, betekent geluk = nog steeds kunnen werken. Zeven of tachtig jaar oud en nog steeds aan het werk, negentig jaar en nog steeds bezig met iets, dat noemen ze levenskracht, dat noemen ze vaardigheden. In arme provincies, betekent geluk = niet hoeven werken. Het liefst je hele leven niet werken, terwijl iemand anders voor je zorgt. De een heeft meer levenskracht, de ander heeft een parasitaire mentaliteit. Ten tweede, hoe je geld verdient. Rijke provincies verdienen geld, door middel van contracten. Als de prijs goed is, dan doen ze het, zelfs vreemden kunnen samenwerken....