Voor je staat een beker, als je water drinkt, is het een waterbeker; als je rookt, is het een asbak; als je bloemen plaatst, is het een vaas; de beker zelf is eigenlijk niets, dit wordt leegte genoemd; wat je ermee doet, dat is wat het is, dit wordt wonderbaarlijk gebruik genoemd. Als je volhardt dat het een beker moet zijn, dan wordt dat vasthouden aan vormen genoemd. Hiervoor ben je bereid om met anderen te discussiëren en te strijden, dit wordt ik-hechting genoemd. Het resultaat is dat je emoties en beledigingen krijgt tijdens de discussie, dit wordt onrust genoemd. Uiteindelijk krijg je een afkeer van deze persoon, dit wordt vooroordeel genoemd. Dan begrijp je ook dat deze wereld eigenlijk geen anderen heeft, alleen jezelf. Als jij er bent, bestaat de wereld; als je weggaat, verdwijnt de wereld. Die anderen, die verwikkelingen, die vasthoudendheid, die controle, zijn slechts de verschillende verwikkelingen die in je innerlijk ontstaan. Dus begrijp je weer die zin: oorspronkelijk is er niets, waar komt het stof vandaan?