Bij de onafhankelijkheid stond Zambia bijna bovenaan in Afrika en Botswana bijna onderaan.  Botswana hield eigendommen veilig, voorkwam dat de staat alles bezat, en liet particuliere ondernemingen de groei aandrijven. Zambia ging diep in nationalisatie en staatscontrole.  In de loop van de tijd trok Botswana ver vooruit. Waarom? Omdat economische groei voortkomt uit markten, stabiele regels, en het mensen toestaat om rijkdom op te bouwen zonder dat de staat in de weg staat.