Toen ik voor het eerst begon met het maken van digitale kunst, bleef ik mezelf een simpele vraag stellen — wat is het praktische nut hiervan? Het voelde alsof een afbeelding die alleen op een scherm bestaat wat extra rechtvaardiging nodig had, wat extra betekenis. Met AI werden deze gedachten nog luider. Ik bleef proberen een doel te vinden — in mijn eigen werk en in het werk van anderen. Om de een of andere reden geloofde ik dat alles een duidelijke logica en een gedefinieerde functie nodig had. Maar na een paar jaar van creëren, realiseerde ik me iets belangrijks: Kunst hoeft niet logisch te zijn. Het kan nutteloos, zinloos, irrationeel zijn — en dat is precies wat het krachtig maakt. Je kunt gewoon kijken en voelen. Het maakt niet uit of je schildert, beeldhouwt, met AI werkt, of een PFP-collectie uitbrengt. Laat iets gewoon bestaan, en laat iemand er gewoon van genieten.